FRITZ!Box 3272 Service - Knowledge Base

FRITZ!Box 3272 Service

Trage draadloze verbindingen volgens 802.11n

De doorvoercapaciteit van draadloze verbindingen (WiFi) volgens de draadloze standaard 802.11n is lager dan de gegevenssnelheid die wordt ondersteund door de draadloze standaard.

Opmerking:De configuratieprocedure en informatie over functies in deze handleiding hebben betrekking op het meest recente FRITZ!OS van de FRITZ!Box.

Voer de hier beschreven stappen na elkaar uit. Controleer na elke stap of het probleem is opgelost.

1 Event Log van de FRITZ!Box controleren

  1. Klik op "System" in de FRITZ!Box-gebruikersinterface.
  2. Klik in het menu "System" op "Event Log".
  3. Kies "Wireless" in de vervolgkeuzelijst.
  4. Controleer of het bericht "Wireless LAN transmission quality increased by reduced channel bandwidth [...]" wordt weergegeven.

2 Draadloos apparaat configureren voor 40 MHz-kanalen

De maximale gegevenssnelheid via draadloze verbindingen volgens 802.11n is alleen mogelijk als het draadloze apparaat kanalen met een bandbreedte van 40 MHz gebruikt. Als de bandbreedte slechts 20 MHz bedraagt, is de maximale snelheid 195 Mbit/s.

Voer de volgende stap uit als de draadloze netwerkadapter van de computer of het draadloze apparaat draadloze kanalen met een bandbreedte van 40 MHz ondersteunt:

Opmerking:Informatie over de configuratie van het apparaat vind je in de bijbehorende handleiding. Je kunt ook rechtstreeks contact opnemen met de fabrikant.

  • Configureer de draadloze netwerkadapter of het draadloze apparaat zodat deze draadloze kanalen met een bandbreedte van 40 MHz kan gebruiken.

    Voorbeeld:
    Veel draadloze netwerkadapters van Intel kunnen worden geconfigureerd voor kanalen met een bandbreedte van 40 MHz. Dit doe je door in Windows Apparaatbeheer de eigenschappen van de draadloze netwerkadapter te openen en bij "802.11n Channel Width for band 2.4" de waarde "Auto" te selecteren:

3 Meest recente FRITZ!OS van de FRITZ!Box installeren

4 Meest recente software van het draadloze apparaat installeren

  • Installeer het meest recente stuurprogramma voor de draadloze netwerkadapter van de computer of het meest recente besturingssysteem (bijvoorbeeld Android, iOS) voor het draadloze apparaat.

    Opmerking:Informatie over updates van de draadloze netwerkadapter of het draadloze apparaat vind je in het handboek of neem rechtstreeks contact op met de fabrikant.
    De nieuwste stuurprogramma's voor de FRITZ!WLAN Stick vind je in onze downloadsectie.

5 Maximale zendvermogen configureren

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de FRITZ!Box-gebruikersinterface.
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Channel".
  3. Controleer welke instelling is ingeschakeld onder "Radio Channel Settings".
    • Als de optie "Set radio channel settings automatically (recommended)" is ingeschakeld:
      • Ga verder met de volgende maatregel.
    • Als de optie "Adjust radio channel settings" is ingeschakeld:
      1. Klik op "Additional Settings".
      2. Selecteer in de vervolgkeuzelijst "Maximum transmitter power" de waarde "100%".
      3. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

6 WPA2-versleuteling inschakelen

De maximale gegevenssnelheid is alleen mogelijk wanneer de draadloze verbinding is versleuteld met WPA2 volgens 802.11n. Als een andere versleutelingsmethode wordt gebruikt, bedraagt de maximale gegevenssnelheid 54 Mbit/s.

WPA2 is al geconfigureerd in de fabrieksinstellingen in de FRITZ!Box. Als je de instellingen voor draadloze netwerken op de FRITZ!Box hebt gewijzigd, moet je WPA2-versleuteling inschakelen:

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de FRITZ!Box-gebruikersinterface.
  2. Klik op "Security" in het menu "Wireless" ("WLAN").
  3. Schakel WPA-versleuteling in.
  4. Selecteer "WPA + WPA2" bij "WPA mode".
  5. Ga naar het veld "Network key" en voer een netwerksleutel in.

    Opmerking:Voor optimale beveiliging kies je een wachtwoord van minimaal 20 tekens en gebruik je een combinatie van hoofdletters en kleine letters, cijfers en andere tekens.

  6. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.
  7. Print of noteer de instellingen voor draadloze beveiliging.
  8. Breng de draadloze verbinding tot stand met de beveiligingsinstellingen die je hebt genoteerd.

7 Draadloze apparaten optimaal positioneren

  • Plaats de FRITZ!Box indien mogelijk in een centraal gelegen ruimte.
  • Plaats de FRITZ!Box niet direct in de hoek van een kamer.
  • Plaats de FRITZ!Box op een plek met zo weinig mogelijk obstakels eromheen, d.w.z. niet direct achter of onder een obstakel zoals bijvoorbeeld een kast of een verwarming.
  • Plaats de FRITZ!Box zo hoog mogelijk boven in een kamer, bijvoorbeeld boven op een kast.
  • Zorg ervoor dat er zich zo min mogelijk obstakels bevinden tussen de FRITZ!Box en de andere draadloze apparaten. Vooral metalen- of waterhoudende objecten (bijvoorbeeld koelkast, kamerplanten) verminderen de kwaliteit van het draadloos signaal aanzienlijk.
  • Plaats de FRITZ!Box niet in de buurt van andere zenders (bijvoorbeeld magnetron, babyfoon, draadloze speakers, bluetooth-apparaten).
  • Plaats de FRITZ!Box en het draadloze apparaat om te testen zo dicht mogelijk bij elkaar in de buurt.

    Opmerking:Wanneer je alle andere mogelijke bronnen voor de fout hebt uitgesloten, kun je de afstand tussen de twee apparaten weer vergroten.

8 Oorzaken voor storingen opsporen

  1. Schakel een voor een alle apparaten uit die het draadloze netwerk kunnen storen.

    Opmerking:Alle apparaten die radiogolven uitzenden, zijn mogelijke interferentiebronnen. Dit zijn bijvoorbeeld andere draadloze apparaten, draadloze speakers, bluetooth-apparaten, babyfoons of magnetrons.

  2. Controleer na het uitschakelen van ieder apparaat of de draadloze verbinding nog steeds wordt niet goed werkt.

Zodra je een apparaat hebt ontdekt dat interferentie veroorzaakt, kun je het uit laten staan of proberen de interferentie te voorkomen door het kanaal handmatig in te stellen.

9 Optimale zendkanaal instellen

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de FRITZ!Box-gebruikersinterface.
  2. Klik in het menu "Wireless ("WLAN")" op "Radio Channel".
  3. Gebruik de grafiek "Use of the Wireless LAN Channels" om te bepalen welk kanaal in het lagere frequentiebereik het minst wordt beïnvloed door andere draadloze netwerken en interferentiebronnen.
  4. Schakel in de sectie "Radio Channel Settings" de optie "Adjust radio settings" in.
  5. Selecteer in de vervolgkeuzelijst "Radio channel" het gevonden kanaal met de minste interferentie.
  6. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.
  7. Controleer of het probleem met de draadloze verbinding nog steeds optreedt.
    • Als je nog steeds problemen ondervindt met de draadloze verbinding:
      • Herhaal de stappen 3. - 7. met een draadloos kanaal in het middenbereik en vervolgens met een kanaal in het hogere frequentiebereik en kies het draadloze kanaal dat het minst wordt beïnvloed door storingen.

        Belangrijk:De grafiek van de draadloze omgeving is een momentopname! De toewijzing van de frequentieband kan in de loop van de dag duidelijk wijzigen, aangezien vele WLAN-netwerken bij gebruik worden ingeschakeld. Controleer daarom meerdere keren welke zendkanalen het minst door storingen worden beïnvloed.

De FRITZ!Box en het draadloze apparaat zijn optimaal geconfigureerd. Je hebt het best mogelijke draadloze bereik en de hoogste doorvoercapaciteit tussen je draadloze apparaten en de FRITZ!Box.

Opmerking:Als de vorige methoden de kwaliteit van je draadloze verbinding niet voldoende hebben verbeterd, kun je een FRITZ!WLAN Repeater gebruiken om het bereik van het draadloze netwerk uit te breiden en de doorvoercapaciteit van je draadloze verbinding te verhogen.