FRITZ!WLAN Repeater 310 Service - Knowledge Base

FRITZ!WLAN Repeater 310 Service
Not your product?
This document is also available for the following products:

Draadloze verbinding met FRITZ!WLAN Repeater valt vaak weg

De draadloze verbinding (WiFi) tussen de repeater en de draadloze router (bijvoorbeeld een FRITZ!Box) en/of tussen een draadloos apparaat (bijvoorbeeld een smartphone, tablet, computer) en de repeater valt vaak weg.

Voer de hier beschreven stappen na elkaar uit. Controleer na elke stap of het probleem is opgelost.

1 Draadloze encryptie methode van draadloze router corrigeren

Als je een andere draadloze router dan de FRITZ!Box gebruikt, valt de verbinding mogelijk weg als deze de encryptie methode van de repeater niet ondersteunt. In de fabrieksinstellingen ondersteunt de FRITZ!WLAN Repeater zowel de veilige draadloze encryptie methode WPA2 als WPA (Wi-Fi Protected Access). Controleer of je draadloze router is geconfigureerd voor een van deze encryptie methoden:

  • Schakel de encryptie methode WPA2 (CCMP) of WPA (TKIP) in de instellingen van de draadloze router in.

2 Draadloze apparaten bijwerken

Nieuwe versies van de firmware en het stuurprogramma zijn geoptimaliseerd en bieden oplossingen voor fouten. Zorg er dus voor dat alle apparaten de meest recente softwareversie gebruiken:

Meest recente FRITZ!OS van de FRITZ!WLAN Repeater installeren

Meest recente FRITZ!OS van de FRITZ!Box installeren

Meest recente firmware voor de draadloze router installeren

  • Installeer op je router de recente firmware.

    Opmerking:Informatie over het bijwerken van de router vind je in het handboek. Je kunt ook rechtstreeks contact opnemen met de fabrikant.

Meest recente software van het draadloze apparaat installeren

  • Installeer het meest recente stuurprogramma voor de draadloze netwerkadapter van je computer of het meest recente besturingssysteem (bijvoorbeeld Android, iOS) voor het draadloze apparaat.

    Opmerking:Informatie over updates van de draadloze netwerkadapter of het draadloze apparaat vind je in het handboek. Je kunt ook rechtstreeks contact opnemen met de fabrikant.
    De nieuwste stuurprogramma's voor de FRITZ!WLAN Stick vind je in onze downloadsectie.

3 Maximale zendvermogen configureren

Zendvermogen van de draadloze router configureren

Belangrijk:We hebben een FRITZ!Box gebruikt als voorbeeld voor de configuratie. Sommige FRITZ!Box-instellingen worden alleen weergegeven als de geavanceerde weergave is ingeschakeld. Informatie over het configureren van een andere router vind je in het bijbehorende handboek. Je kunt ook rechtstreeks contact opnemen met de fabrikant van het apparaat.

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de FRITZ!Box-gebruikersinterface.
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Channel".
  3. Controleer welke instelling is ingeschakeld onder "Radio Channel Settings".
    • Als de optie "Set radio channel settings automatically (recommended)" is ingeschakeld:
      • Ga verder met de volgende maatregel.
    • Als de optie "Adjust radio channel settings" is ingeschakeld:
      1. Klik op "Additional settings" (indien beschikbaar).
      2. Selecteer in de vervolgkeuzelijst "Maximum transmitter power" de waarde "100%".
      3. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

Zendvermogen van de repeater instellen

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de gebruikersinterface van de FRITZ!WLAN Repeater.
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Channel".
  3. Controleer welke instelling is ingeschakeld onder "Radio Channel Settings".
    • Als de optie "Set radio channel settings automatically (recommended)" is ingeschakeld:
      • Ga verder met de volgende maatregel.
    • Als de optie "Adjust radio channel settings" is ingeschakeld:
      1. Klik op "Additional Settings".
      2. Selecteer in de vervolgkeuzelijst "Maximum transmitter power" de waarde "100%".
      3. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

4 Naam van het draadloze netwerk (SSID) wijzigen

Als er andere draadloze netwerken met dezelfde naam in de buurt zijn, dan kan het voorkomen dat draadloze apparaten proberen automatisch verbinding te maken met het verkeerde draadloze netwerk. Geef je draadloze router een unieke naam om dit te voorkomen:

Belangrijk:We hebben een FRITZ!Box gebruikt als voorbeeld voor de configuratie. Informatie over het configureren van een andere router vind je in het bijbehorende handboek. Je kunt ook rechtstreeks contact opnemen met de fabrikant van het apparaat.

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de FRITZ!Box-gebruikersinterface.
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Network".
  3. Voer voor de gebruikte frequentieband bij "Name of the wireless radio network (SSID)" in het tekstveld een willekeurige naam zonder speciale tekens in.

    Belangrijk:Niet alle draadloze apparaten ondersteunen alle speciale tekens. Gebruik daarom alleen Latijnse standaardletters (dus niet ä, ë, ö, ü, é, í,ß, enz.) en cijfers in de naam van het draadloze netwerk.

  4. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

Wanneer je de nieuwe naam van het draadloze netwerk opslaat, worden alle draadloze verbindingen verbroken. Je moet de draadloze verbinding van de FRITZ!WLAN Repeater met de draadloze router en de draadloze verbinding van de andere apparaten dan opnieuw configureren.

5 Draadloze apparaten optimaal positioneren

  • Plaats de draadloze router indien mogelijk in een centraal gelegen ruimte.
  • Plaats de draadloze router niet direct in de hoek van een kamer.
  • Plaats de draadloze router op een plek met zo weinig mogelijk obstakels eromheen, d.w.z. niet direct achter of onder een obstakel zoals bijvoorbeeld een kast of een verwarming.
  • Plaats de draadloze router zo hoog mogelijk boven in een kamer, bijvoorbeeld boven op een kast.
  • Zorg ervoor dat er zich zo min mogelijk obstakels bevinden tussen de draadloze router en de andere draadloze apparaten. Vooral metalen- of waterhoudende objecten (bijvoorbeeld koelkast, kamerplanten) verminderen de kwaliteit van het draadloos signaal aanzienlijk.
  • Plaats de draadloze router niet in de buurt van andere zenders (bijvoorbeeld magnetron, babyfoon, draadloze speakers, bluetooth-apparaten).
  • Vind de optimale plaats voor de repeater.

6 Interferentiebronnen opsporen

  1. Schakel een voor een alle apparaten uit die interferentie kunnen veroorzaken met het draadloze netwerk.

    Opmerking:Alle apparaten die radiogolven uitzenden, zijn mogelijke interferentiebronnen. Dit zijn bijvoorbeeld andere draadloze apparaten, draadloze speakers, bluetooth-apparaten, babyfoons of magnetrons.

  2. Controleer na het uitschakelen van ieder apparaat of de draadloze verbinding met de repeater nog steeds niet goed werkt.

Zodra je een apparaat hebt ontdekt dat interferentie veroorzaakt, kun je het uit laten staan of proberen de interferentie te voorkomen door het kanaal handmatig in te stellen.

7 Optimale zendkanaal instellen

Belangrijk:We hebben een FRITZ!Box gebruikt als voorbeeld voor de configuratie. Informatie over het configureren van een andere router vind je in het bijbehorende handboek. Je kunt ook rechtstreeks contact opnemen met de fabrikant van het apparaat.

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de FRITZ!Box-gebruikersinterface.
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Channel".
  3. Klik in de sectie "Wireless Environment" op het tabblad dat voor de draadloze frequentieband wordt gebruikt (indien beschikbaar).
  4. Klik op de link "Show disturbances to wireless network" (indien beschikbaar).
  5. Gebruik de grafiek "Use of the Wireless LAN Channels" om te bepalen welk kanaal in het lagere frequentiebereik het minst wordt beïnvloed door andere draadloze netwerken en interferentiebronnen.
  6. Activeer in de sectie "Radio Channel" de optie "Adjust radio settings".
  7. Selecteer in de vervolgkeuzelijst "Radio channel" het gevonden kanaal met de minste interferentie in de draadloze frequentieband.
  8. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.
  9. Controleer of het probleem met de draadloze verbinding nog steeds optreedt.
    • Als je nog steeds problemen ondervindt met de draadloze verbinding:
      • Herhaal de stappen 3 - 9 met een draadloos kanaal in het middenbereik en vervolgens met een kanaal in het hogere frequentiebereik en kies het draadloze kanaal dat het minst wordt beïnvloed door storingen.

        Belangrijk:Bij de grafiek van de WLAN-omgeving gaat het steeds om een momentopname! De toewijzing van de frequentieband kan in de loop van de dag duidelijk wijzigen, aangezien vele WLAN-netwerken bij gebruik worden ingeschakeld. Controleer daarom meerdere keren welke zendkanalen het minst door storingen worden beïnvloed.