FRITZ!WLAN Repeater 450E Service - Knowledge Base

FRITZ!WLAN Repeater 450E Service
Not your product?
This document is also available for the following products:

Regelmatige onderbrekingen van de draadloze verbinding met FRITZ!WLAN Repeater

De draadloze verbinding (WiFi) tussen de FRITZ!WLAN Repeater en de draadloze router (bijvoorbeeld een FRITZ!Box) en/of de draadloze verbinding tussen een notebook, smartphone of een ander draadloos netwerkapparaat en de FRITZ!WLAN Repeater wordt regelmatig onderbroken.

Voer de hier beschreven maatregelen na elkaar uit. Controleer na elke maatregel of het probleem is opgelost.

1 Autokanaal inschakelen of bijwerken

Als het autokanaal is ingeschakeld, controleert de FRITZ!WLAN Repeater de draadloze omgeving en gebruikt automatisch de meest geschikte instellingen voor het draadloze kanaal. In de loop van de dag kan de toewijzing van de frequentieband echter aanzienlijk veranderen. Zolang er nog draadloze netwerkapparaten zijn verbonden met de repeater, werkt deze het autokanaal niet bij. Daarom kan het autokanaal elk moment handmatig worden bijgewerkt:

Opmerking:Met het inschakelen en bijwerken van het autokanaal worden alle draadloze verbindingen met de FRITZ!WLAN Repeater verbroken en opnieuw tot stand gebracht.

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de gebruikersinterface van de FRITZ!WLAN Repeater.
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Channel".
  3. Schakel de optie "Set radio channel settings automatically (recommended)" in.
  4. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.
  5. Klik op de knop "Refresh Autochannel".

2 Draadloze versleutelingsmethode van de draadloze router corrigeren

Als je een andere draadloze router dan de FRITZ!Box gebruikt, wordt de verbinding mogelijk onderbroken als deze de encryptiemethode van de repeater niet ondersteunt. In de fabrieksinstellingen ondersteunt de FRITZ!WLAN Repeater de veilige versleutelingsmethode WPA2 en WPA (Wi-Fi Protected Access) tegelijkertijd. Controleer of je draadloze router is geconfigureerd voor een van deze versleutelingsmethoden:

  • Schakel de versleutelingsmethode WPA2 (CCMP) of WPA (TKIP) in de instellingen van de draadloze router in.

3 Draadloze netwerkapparaten bijwerken

Nieuwe versies van de firmware en het stuurprogramma zijn geoptimaliseerd en bieden oplossingen voor fouten. Zorg er dus voor dat alle apparaten de meest recente softwareversie gebruiken:

Meest recente FRITZ!OS van de FRITZ!WLAN Repeater installeren

Meest recente FRITZ!OS van de FRITZ!Box installeren

Meest recente firmware voor de draadloze router installeren

  • Installeer op je router de recente firmware.

    Opmerking:Informatie over het bijwerken van de router vind je in het handboek. Je kunt ook rechtstreeks contact opnemen met de fabrikant.

Meest recente software van het draadloze netwerkapparaat installeren

  • Installeer de meest recente driver voor de draadloze netwerkadapter van de computer of het meest recente besturingssysteem (bijvoorbeeld Android, iOS) voor het draadloze netwerkapparaat.

    Opmerking:Informatie over updates van de draadloze netwerkadapter of het draadloze netwerkapparaat vind je in het handboek of verkrijg je rechtstreeks van de fabrikant.
    De nieuwste stuurprogramma's voor de FRITZ!WLAN Stick vind je in onze downloadsectie.

4 Maximale zendvermogen configureren

Zendvermogen van de draadloze router configureren

Belangrijk:We hebben een FRITZ!Box gebruikt als voorbeeld voor de configuratie. Sommige FRITZ!Box-instellingen worden alleen weergegeven als de geavanceerde weergave is ingeschakeld. Informatie over de configuratie van een andere router verkrijg je van de fabrikant van het apparaat, bijvoorbeeld via het handboek.

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de FRITZ!Box-gebruikersinterface.
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Channel".
  3. Als de optie "Set radio channel settings automatically (recommended)" is ingeschakeld, ga je verder met de volgende maatregel.
    • Als de optie "Adjust radio channel settings" is ingeschakeld:
      1. Klik op "Additional settings" (indien beschikbaar).
      2. Selecteer in de vervolgkeuzelijst "Maximum transmitter power" de waarde "100%".
      3. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

Zendvermogen van de repeater instellen

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de gebruikersinterface van de FRITZ!WLAN Repeater.
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Channel".
  3. Als de optie "Set radio channel settings automatically (recommended)" is ingeschakeld, ga je verder met de volgende maatregel.
    • Als de optie "Adjust radio channel settings" is ingeschakeld:
      1. Klik op "Additional Settings".
      2. Selecteer in de vervolgkeuzelijst "Maximum transmitter power" de waarde "100%".
      3. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

5 Naam van het draadloze netwerk (SSID) wijzigen

Als er andere draadloze netwerken met dezelfde naam in de buurt zijn, kan het voorkomen dat draadloze netwerkapparaten proberen automatisch verbinding te maken met het verkeerde draadloze netwerk. Geef je draadloze router een unieke naam om dit te voorkomen:

Belangrijk:We hebben een FRITZ!Box gebruikt als voorbeeld voor de configuratie. Informatie over het configureren van een andere router vind je in het handboek of verkrijg je rechtstreeks bij de fabrikant van het apparaat.

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de FRITZ!Box-gebruikersinterface.
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Network".
  3. Voer in het invoerveld "Name of the wireless radio network (SSID)" een unieke naam in voor de 2,4- en de 5GHz-frequentieband (indien beschikbaar), zonder speciale tekens. Omdat niet elk draadloos netwerkapparaat speciale tekens ondersteunt, adviseren wij alleen Latijnse standaardletters (dus niet ä, ë, ö, ü, é, í,ß, enz.) en cijfers te gebruiken.
  4. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

Wanneer je de nieuwe naam van het draadloze netwerk opslaat, worden alle draadloze verbindingen verbroken. Je moet de draadloze verbinding van de FRITZ!WLAN Repeater met de draadloze router en de draadloze verbinding van de andere apparaten dan opnieuw configureren.

6 Interferentiebronnen opsporen

  1. Schakel een voor een alle apparaten uit die het draadloze netwerk kunnen storen.

    Opmerking:Alle apparaten die radiogolven uitzenden, zijn mogelijke interferentiebronnen. Dit zijn bijvoorbeeld andere draadloze netwerkapparaten, draadloze speakers, bluetooth-apparaten, babyfoons of magnetrons.

  2. Controleer na het uitschakelen van ieder apparaat of de draadloze verbinding met de repeater nog steeds wordt beïnvloed.

Zodra je een apparaat hebt ontdekt dat interferentie veroorzaakt, kun je het uit laten staan of proberen de interferentie te voorkomen door het apparaat, de draadloze router of de FRITZ!WLAN Repeater op een andere plek neer te zetten.

7 Draadloze netwerkapparaten optimaal positioneren

  1. Plaats de draadloze router indien mogelijk in een centraal gelegen ruimte.
  2. Plaats de draadloze router niet direct in de hoek van een kamer.
  3. Plaats de draadloze router bij voorkeur op een plek met zo weinig mogelijk obstakels eromheen, d.w.z. niet direct achter of onder een obstakel zoals bijvoorbeeld een kast of een verwarming.
  4. Plaats de draadloze router bij voorkeur zo hoog mogelijk boven in de kamer, bijvoorbeeld boven op een kast.
  5. Zorg ervoor dat er zich zo min mogelijk obstakels bevinden tussen de draadloze router en de andere draadloze netwerkapparaten. Vooral metalen- of waterhoudende objecten (bijvoorbeeld koelkast, kamerplanten) verminderen de kwaliteit van het draadloos signaal aanzienlijk.
  6. Plaats de draadloze router niet in de buurt van andere zenders (bijvoorbeeld magnetron, babyfoon, draadloze speakers, bluetooth-apparaten).
  7. Vind de optimale plaats voor de repeater.