FRITZ!WLAN Stick AC 430 MU-MIMO Service - Knowledge Base

FRITZ!WLAN Stick AC 430 MU-MIMO Service
Not your product?
This document is also available for the following products:

Trage draadloze verbindingen conform 802.11ac

Bij draadloze verbindingen (WiFi) conform de draadloze netwerkstandaard 802.11ac is de doorvoercapaciteit lager dan de gegevenssnelheid die wordt ondersteund door de draadloze standaard.

Voer de hier beschreven stappen na elkaar uit. Controleer na elke stap of het probleem is opgelost.

1 Draadloze verbinding met de 5GHz-frequentieband tot stand brengen

De maximale doorvoercapaciteit wordt alleen bereikt als de draadloze verbinding met de 5GHz-frequentieband tot stand gebracht wordt en de draadloze router gebruikmaakt van de draadloze standaard 802.11ac:

Opmerking:We hebben een FRITZ!Box gebruikt als voorbeeld voor de configuratie. Informatie over het configureren van een andere router vind je in het handboek of verkrijg je rechtstreeks bij de fabrikant van het apparaat.

5GHz-frequentieband inschakelen

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de FRITZ!Box-gebruikersinterface.
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Network".
  3. Schakel in de sectie "5-GHz frequency band" de optie "Wireless radio network enabled" in. Als de sectie niet wordt weergegeven, schakel je eerst de geavanceerde weergave in.
  4. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

Draadloze standaard "802.11n+ac" configureren

In de fabrieksinstellingen is voor de 5GHz-frequentieband de draadloze standaard 802.11ac geconfigureerd in de FRITZ!Box. Als je de draadloze instellingen van de FRITZ!Box hebt gewijzigd, configureer je de volgende instellingen:

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de FRITZ!Box-gebruikersinterface.
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Channel".
  3. Schakel de optie "Adjust radio channel settings" in.
  4. Klik op "Additional settings" (indien beschikbaar).
  5. Selecteer in de vervolgkeuzelijst de draadloze standaard standaard "802.11n+ac" voor de 5GHz-frequentieband.
  6. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

2 Autokanaal inschakelen of bijwerken

Als het autokanaal is ingeschakeld, controleert de FRITZ!Box de draadloze omgeving en gebruikt automatisch de meest geschikte instellingen voor het draadloze kanaal. In de loop van de dag kan de drukte op de frequentieband echter aanzienlijk veranderen. Zolang er nog draadloze netwerkapparaten zijn verbonden met de FRITZ!Box, werkt deze het autokanaal niet bij. Daarom kan het autokanaal altijd handmatig worden bijgewerkt:

Opmerking:Als het autokanaal wordt ingeschakeld en bijgewerkt, worden alle draadloze verbindingen met de FRITZ!Box verbroken en opnieuw tot stand gebracht.

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de FRITZ!Box-gebruikersinterface.
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Channel".
  3. Schakel de optie "Set radio channel settings automatically (recommended)" in.
  4. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.
  5. Klik op de knop "Refresh Autochannel".

3 Meest recente driver voor de FRITZ!WLAN Stick installeren

4 Meest recente firmware voor de draadloze router installeren

  • Installeer de meest recente firmware voor de draadloze router volgens de instructies van de fabrikant.

    Opmerking:Als je een FRITZ!Box gebruikt, installeer dan de meest recente versie van FRITZ!OS zoals wordt beschreven in deze handleiding.

5 Draadloze netwerkapparaten optimaal positioneren

  1. Plaats de draadloze router indien mogelijk in een centraal gelegen ruimte.
  2. Plaats de draadloze router niet direct in de hoek van een kamer.
  3. Plaats de draadloze router indien mogelijk op een plek met zo weinig mogelijk obstakels eromheen, d.w.z. niet direct achter of onder een obstakel zoals bijvoorbeeld een kast of een verwarming.
  4. Plaats de draadloze router indien mogelijk zo hoog mogelijk boven in de kamer, bijvoorbeeld boven op een kast.
  5. Zorg ervoor dat er zich zo min mogelijk obstakels bevinden tussen de draadloze router en de andere draadloze netwerkapparaten. Vooral metalen- of waterhoudende objecten (bijvoorbeeld koelkast, kamerplanten) verminderen de kwaliteit van het draadloos signaal aanzienlijk.
  6. Plaats de draadloze router niet in de buurt van andere zenders (bijvoorbeeld magnetron, babyfoon, draadloze speakers, bluetooth-apparaten).
  7. Om te testen plaats je de draadloze router en de FRITZ!WLAN Stick zo dicht mogelijk bij elkaar in de buurt.

    Opmerking:Wanneer je alle andere mogelijke bronnen voor de fout hebt uitgesloten, kun je de afstand tussen beide apparaten weer vergroten.

Nu zijn de draadloze router en de FRITZ!WLAN Stick optimaal geconfigureerd en de FRITZ!WLAN Stick kan met het grootst mogelijke bereik en de best mogelijke doorvoercapaciteit een verbinding met de draadloze router tot stand brengen.

Opmerking:Als deze maatregelen de kwaliteit van de draadloze verbinding niet voldoende hebben verbeterd, kun je een FRITZ!WLAN Repeater conform draadloze standaard 802.11ac gebruiken om het bereik van het draadloze netwerk uit te breiden en de doorvoercapaciteit van de draadloze verbinding te verhogen.