FRITZ!WLAN Stick v2 Service - Knowledge Base

FRITZ!WLAN Stick v2 Service

Draadloos bereik is laag

Het bereik van de draadloze verbinding (WiFi) tussen je FRITZ!WLAN Stick en draadloze router (bijvoorbeeld FRITZ!Box) is laag.

Oorzaak

  • Een verouderd stuurprogramma voor de FRITZ!WLAN Stick, interferentiebronnen in de buurt, bouwkundige omstandigheden (bijvoorbeeld de dikte en wapening van muren) en andere apparaten die radiogolven uitzenden (onder andere magnetrons, babyfoons), kunnen van invloed zijn op de kwaliteit en dus het bereik van een draadloze verbinding.

Voer de hier beschreven stappen na elkaar uit. Controleer na elke stap of het probleem is opgelost.

1 Meest recente stuurprogramma voor de FRITZ!WLAN Stick installeren

2 Meest recente firmware voor de draadloze router installeren

  • Installeer de meest recente firmware voor de draadloze router volgens de instructies van de fabrikant.

    Opmerking:Als je een FRITZ!Box gebruikt, installeer dan de meest recente versie van FRITZ!OS zoals wordt beschreven in deze handleiding.

3 Maximale zendvermogen configureren

Zendvermogen van de draadloze router configureren

Belangrijk:We hebben een FRITZ!Box gebruikt als voorbeeld voor de configuratie. Sommige FRITZ!Box-instellingen worden alleen weergegeven als de geavanceerde weergave is ingeschakeld. De fabrikant kan je informeren over de configuratie van een andere router, bijvoorbeeld via het handboek.

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de FRITZ!Box-gebruikersinterface.
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Channel".
  3. Controleer welke instelling is ingeschakeld onder "Radio Channel Settings".
    • Als de optie "Set radio channel settings automatically (recommended)" is ingeschakeld:
      • Ga verder met de volgende maatregel.
    • Als de optie "Adjust radio channel settings" is ingeschakeld:
      1. Klik op "Additional settings" (indien beschikbaar).
      2. Selecteer in de vervolgkeuzelijst "Maximum transmitter power" de waarde "100%".
      3. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

Zendvermogen van de FRITZ!WLAN Stick instellen

De volgende stap is alleen vereist als je de FRITZ!WLAN-besturingssoftware gebruikt:

  1. Dubbelklik op het symbool van FRITZ!WLAN in het systeemvak van de Windows-taakbalk (Systray).
  2. Klik in het venster "Find and Select WLAN Devices" op "Cancel".
  3. Klik met de rechtermuisknop op het symbool van de FRITZ!WLAN Stick.
  4. Schakel in het venster "WLAN Device Properties" de optie "Expert Mode" in.
  5. Wijzig het zendvermogen in "100".
  6. Klik op "OK" om de instellingen op te slaan.

4 Interferentiebronnen opsporen

  1. Schakel een voor een alle apparaten uit die het draadloze netwerk kunnen storen.

    Opmerking:Alle apparaten die radiogolven uitzenden, zijn mogelijke interferentiebronnen. Dit zijn bijvoorbeeld andere draadloze apparaten, draadloze speakers, bluetooth-apparaten, babyfoons of magnetrons.

  2. Controleer na het uitschakelen van ieder apparaat of de draadloze verbinding nog steeds wordt beïnvloed.

Zodra je een apparaat hebt ontdekt dat interferentie veroorzaakt, kun je het uit laten staan of proberen de interferentie te voorkomen, door het kanaal handmatig in te stellen.

5 Draadloze apparaten optimaal positioneren

  • Plaats de draadloze router bij voorkeur in een centraal gelegen ruimte.
  • Plaats de draadloze router niet rechtstreeks in de hoek van een kamer.
  • Plaats de draadloze router bij voorkeur op een plek met zo weinig mogelijk obstakels eromheen, d.w.z. niet direct achter of onder een obstakel zoals bijvoorbeeld een kast of een verwarming.
  • Plaats de draadloze router bij voorkeur zo hoog mogelijk boven in een kamer, bijvoorbeeld boven op een kast.
  • Zorg ervoor dat er zich zo min mogelijk obstakels bevinden tussen de draadloze router en de andere draadloze apparaten. Vooral metalen- of waterhoudende objecten (bijvoorbeeld koelkast, kamerplanten) verminderen de kwaliteit van het draadloos signaal aanzienlijk.
  • Plaats de draadloze router niet in de buurt van andere zenders (bijvoorbeeld magnetron, babyfoon, draadloze speakers, bluetooth-apparaten).
  • Om te testen plaats je de draadloze router en de FRITZ!WLAN Stick zo dicht mogelijk bij elkaar in de buurt.

    Opmerking:Wanneer je alle andere mogelijke bronnen voor de fout hebt uitgesloten, kun je de afstand tussen de twee apparaten weer vergroten.

6 Naam van het draadloze netwerk (SSID) wijzigen

Als er andere draadloze netwerken met dezelfde naam in de buurt zijn, kan het voorkomen dat draadloze apparaten proberen automatisch verbinding te maken met het verkeerde draadloze netwerk. Geef je draadloze router een unieke naam om dit te voorkomen:

Belangrijk:We hebben een FRITZ!Box gebruikt als voorbeeld voor de configuratie. Informatie over het configureren van een andere router vind je in de bijbehorende handleiding, of neem contact op met de fabrikant van het apparaat.

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de FRITZ!Box-gebruikersinterface.
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Network".
  3. Voer voor de gebruikte frequentieband bij "Name of the wireless radio network (SSID)" in het tekstveld een willekeurige naam zonder speciale tekens in.

    Belangrijk:Niet alle draadloze apparaten ondersteunen alle speciale tekens. Gebruik daarom alleen Latijnse standaardletters (dus niet ä, ë, ö, ü, é, í,ß, enz.) en cijfers in de naam van het draadloze netwerk.

  4. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

Wanneer je de nieuwe naam van het draadloze netwerk opslaat, worden alle draadloze verbindingen verbroken. Je moet de draadloze verbindingen met de draadloze router dan opnieuw configureren

7 Optimale zendkanaal instellen

Belangrijk:We hebben een FRITZ!Box gebruikt als voorbeeld voor de configuratie. Informatie over het configureren van een andere router vind je in de bijbehorende handleiding, of neem contact op met de fabrikant van het apparaat.

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de FRITZ!Box-gebruikersinterface.
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Channel".
  3. Klik in de sectie "Wireless Environment" op het tabblad dat voor de draadloze frequentieband wordt gebruikt (indien beschikbaar).
  4. Klik op de link "Show disturbances to wireless network" (indien beschikbaar).
  5. Gebruik de grafiek om te bepalen welk kanaal in het lagere frequentiebereik het minst wordt beïnvloed door andere draadloze netwerken en interferentiebronnen.
  6. Schakel in de sectie "Radio Channel Settings" de optie "Adjust the radio channel settings" in.
  7. Selecteer in de vervolgkeuzelijst "Radio channel" het gevonden kanaal met de minste interferentie in de draadloze frequentieband die je gebruikt.
  8. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.
  9. Controleer of het probleem met de draadloze verbinding nog steeds optreedt.
    • Als je nog steeds problemen ondervindt met de draadloze verbinding:
      • Herhaal de stappen 3 - 9 met een draadloos kanaal in het middenbereik en vervolgens met een kanaal in het hogere frequentiebereik en kies het draadloze kanaal dat het minst wordt beïnvloed door storingen.

        Belangrijk:De grafiek van de draadloze omgeving is een momentopname! De toewijzing van de frequentieband kan in de loop van de dag aanzienlijk veranderen, omdat veel draadloze netwerken worden ingeschakeld bij gebruik. Controleer daarom meerdere malen om te zien welke draadloze kanalen het minst worden beïnvloed door interferentie.

De FRITZ!Box en de FRITZ!WLAN Stick zijn nu optimaal geconfigureerd en je hebt het best mogelijke draadloze bereik tussen beiden.

Opmerking:Als je het draadloze bereik niet voldoende hebt kunnen verhogen met behulp van deze maatregelen, kun je een FRITZ!WLAN Repeater gebruiken om het draadloze netwerk van de FRITZ!Box uit te breiden.