Aanbevelen:

Knowledge Base

Naar de Knowledge Base

Routine voor smarthomeapparaten aanmaken

Met een routine kun je de smarthomeapparaten waarvan je de instellingen hebt opgeslagen in templates en scenario's, aansturen met behulp van een als-dan-opdracht. Je kunt met routines dus zeer diverse en persoonlijke schakelingen voor je smarthomeapparaten realiseren.

In een als-dan-opdracht stel je een bepaalde actie in die wordt uitgevoerd als er bij een trigger aan een bepaalde voorwaarde wordt voldaan. Een smarthomeapparaat, bijvoorbeeld een slim FRITZ!DECT-stopcontact of een FRITZ!DECT 440-schakelaar, is dan de trigger. Als de trigger aan een voorwaarde voldoet, bijvoorbeeld schakeltoestand of gemeten temperatuur, wordt de actie automatisch uitgevoerd; dat betekent dat er een template of scenario wordt ingeschakeld.
Een routine kan er bijvoorbeeld zo uitzien: als de door de FRITZ!DECT 440 gemeten luchtvochtigheid een bepaalde waarde bereikt, wordt het van tevoren geconfigureerde scenario "luchtvochtigheid" toegepast op een stopcontact FRITZ!DECT 200 met een daarop aangesloten luchtbevochtiger.

Opmerking:Deze handleiding heeft betrekking op FRITZ!OS 7.50 of nieuwer. Onder een oudere FRITZ!OS-versie kan de configuratie afwijken of is de functie mogelijk niet beschikbaar. De FRITZ!OS-versie vind je in de gebruikersinterface op de pagina "Overzicht".

1 Templates en scenario’s voor routines aanmaken

Maak eerst de template of het scenario aan met daarin de gewenste instellingen voor je smarthomeapparaten die je met de routine wilt aansturen:

Template aanmaken  

  1. Maak de gewenste template voor je smarthomeapparaten aan.

Scenario aanmaken

  1. Maak het gewenste scenario voor je smarthomeapparaten aan.

2 Routine aanmaken

  1. Klik in de gebruikersinterface van de FRITZ!Box op "Smart Home".
  2. Klik in het menu "Smart Home" op "Automation".
  3. Klik op "Creating a Routine".
  4. Geef de routine een naam en klik op "Next".
  5. Selecteer het type apparaat ("Device Type") en vervolgens het apparaat ("Device") dat moet worden gecontroleerd als trigger voor de routine.
  6. Klik op "Next".
  7. Selecteer de toestandswijziging of de gebeurtenis ("Status change or event") die moet worden geconfigureerd als voorwaarde.
  8. Klik op "Next".
  9. Selecteer de template of het scenario dat moet worden toegepast.
  10. Klik op "Next". Er verschijnt een samenvatting met de instellingen voor de routine.
  11. Controleer de instellingen en klik op "Finished" om de instellingen op te slaan. De routine wordt aangemaakt.

3 Routine inschakelen

  1. Klik in de gebruikersinterface van de FRITZ!Box op "Smart Home".
  2. Klik in het menu "Smart Home" op "Operation".
  3. Schakel de beoogde routine in. Zodra aan de voorwaarde wordt voldaan die in de routine is ingesteld, wordt de routine gestart.

Opmerking:Je kunt de routine ook handmatig inschakelen met een FRITZ!Fon (menu "Home Network > Smart Home") of in het thuisnetwerk en vanuit het internet met FRITZ!App Smart Home.