Aanbevelen:

Knowledge Base

Naar de Knowledge Base

FRITZ!DECT-radiatorthermostaat gebruiken

Radiatorthermostaten, bijvoorbeeld FRITZ!DECT 302, kun je via een versleutelde DECT-verbinding (DECT-ULE) opnemen in het FRITZ!Box-thuisnetwerk. Vervolgens kun je via de gebruikersinterface van je FRITZ!Box een individueel verwarmingsprogramma configureren.

Voorwaarden/beperkingen

  • Een FRITZ!DECT-radiatorthermostaat kan alleen worden gebruikt met een FRITZ!Box met een DECT-basisstation en met FRITZ!OS 6.83 of nieuwer, met uitzondering van FRITZ!Box 7412.

1 FRITZ!DECT-radiatorthermostaat aanmelden

  1. Als je de radiatorthermostaat wilt aanmelden bij je FRITZ!Box, klik dan in de gebruikersinterface van de FRITZ!Box op "Smarthome".
  2. Als je de radiatorthermostaat wilt aanmelden bij de FRITZ!Smart Gateway, klik dan in de gebruikersinterface van de FRITZ!Smart Gateway op "Smarthome".
  3. Klik in het menu "Smarthome" op "Apparaten en groepen" of "Apparaatbeheer".
  4. Klik op de knop "Apparaat aanmelden".
  5. Binnen 2 minuten: druk op de radiatorthermostaat op de toets "MENU", selecteer de menuoptie "Anmeldung" en druk vervolgens op de toets "OK". Op het scherm wordt de melding "Anmeldung war erfolgreich" weergegeven.

Zodra op het scherm van de radiatorthermostaat het pictogram voor de draadloze verbinding permanent wordt weergegeven, is de DECT-verbinding tot stand gebracht.

2 Op radiator monteren en aan klepslag aanpassen

De radiatorthermostaat wordt eerst op de radiator gemonteerd en moet vervolgens aan de klepslag van het radiatorventiel worden aangepast:

  1. Demonteer de thermostaat van de radiator.
  2. Monteer zo nodig de juiste adapter.o
  3. Monteer de radiatorthermostaat
  4. Volg de instructies op het scherm om de radiatorthermostaat aan te passen aan de klepslag. Het aanpassen van het ventiel is met succes voltooid zodra te temperatuur wordt weergegeven op op het scherm.

3 Radiatorthermostaat configureren

  1. Klik in de gebruikersinterface van de FRITZ!Box op "Smarthome".
  2. Klik in het menu "Smarthome" op "Apparaten en groepen" of "Apparaatbeheer".
  3. Klik bij de radiatorthermostaat in kwestie op de knop (Bewerken).
  4. Configureer de gewenste instellingen.
  5. Schakel de optie "Push-service actief" in, zodat je een e-mail ontvangt als de batterij bijna leeg is, als de draadloze verbinding verbroken is, of als de de radiatorthermostaat niet goed werkt.
  6. Klik op "Toepassen" of op "OK" om de instellingen op te slaan.

Om stroom te besparen en de DECT-straling tot een minimum te beperken, communiceren radiatorthermostaten alleen in bepaalde tijdsintervallen met de FRITZ!Box. Daardoor kan het voorkomen dat de gewijzigde instellingen pas na maximaal 15 minuten worden doorgegeven aan de radiatorthermostaat. Tijdens de vakantieschakeling en in de periode dat de verwarming uit is, worden de instellingen na maximaal 60 minuten doorgegeven. Door op een willekeurige toets van de radiatorthermostaat te drukken kun je forceren dat de instellingen meteen worden doorgegeven.

De radiatorthermostaat is nu geconfigureerd. Je kunt de verwarming handmatig bedienen bij de radiatorthermostaat zelf, via de gebruikersinterface van de FRITZ!Box, met FRITZ!DECT 440, FRITZ!Fon (menu "Thuisnetwerk > Smarthome") of met FRITZ!App Smart Home in het thuisnetwerk of vanuit het internet. Als er een FRITZ!Box met FRITZ!OS 7.50 of nieuwer wordt gebruikt, kun je ook routines gebruiken.