Aanbevelen:

Knowledge Base

Naar de Knowledge Base

Draadloos netwerkapparaat brengt geen Wi-Fi-verbinding met de FRITZ!Box tot stand

Je kunt met een smartphone of een ander draadloos apparaat geen Wi-Fi-verbinding met de met de FRITZ!Box tot stand brengen? ✔ Zo los je het probleem op.

Hoewel de Wi-Fi-verbinding met de FRITZ!Box is geconfigureerd volgens onze handleiding, brengt een draadloos netwerkapparaat geen verbinding met de FRITZ!Box tot stand. Het draadloze netwerkapparaat geeft dan mogelijk een van de volgende foutmeldingen weer:

  • "Authenticatiefout"
  • "Geen verbinding met dit netwerk mogelijk"
  • "Verbinding niet geslaagd"

Als het draadloze netwerkapparaat tijdens het zoeken naar Wi-Fi-netwerken de naam van het Wi-Fi-netwerk (SSID) van de FRITZ!Box niet weergeeft, ga dan te werk zoals beschreven in de handleiding Wi-Fi-netwerk van de FRITZ!Box wordt niet gevonden.

Voer de hier beschreven stappen achterelkaar uit. Controleer na elke stap of het probleem is opgelost.

Opmerking:Deze handleiding heeft betrekking op FRITZ!OS 7.50 of nieuwer. Onder een oudere FRITZ!OS-versie kan de configuratie afwijken of is de functie mogelijk niet beschikbaar. De FRITZ!OS-versie vind je in de gebruikersinterface op de pagina "Overview".

1 Wi-Fi-instellingen van de FRITZ!Box optimaliseren

Voer deze stappen uit met een ander apparaat dat is verbonden met de FRITZ!Box:

Belangrijk:Als je met geen enkel apparaat toegang kunt krijgen tot de FRITZ!Box, ga dan te werk zoals beschreven in de handleiding FRITZ!Box-gebruikersinterface kan niet worden geopend.

MAC-adresfilter uitschakelen

  1. Klik in de gebruikersinterface van de FRITZ!Box op "Wi-Fi".
  2. Klik in het menu "Wi-Fi" op "Security".
  3. Klik op "Restrict Access to Wi-Fi".
  4. Schakel de optie "Allow all new wireless devices" in.
  5. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

WPS-functie inschakelen

  1. Klik in de gebruikersinterface van de FRITZ!Box op "Wi-Fi".
  2. Klik in het menu "Wi-Fi" op "Security".
  3. Klik op het tabblad "WPS Quick Connection".
  4. Schakel de optie "Push-button method enabled" in.
  5. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

Toetsblokkering deactiveren

  1. Klik in de gebruikersinterface van de FRITZ!Box op "System".
  2. Klik in het menu "System" op "Buttons and LEDs".
  3. Klik op het tabblad "Keylock".
  4. Schakel de toetsblokkering uit.
  5. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

Naam van het Wi-Fi-netwerk (SSID) aanpassen

  1. Klik in de gebruikersinterface van de FRITZ!Box op "Wi-Fi".
  2. Klik in het menu "Wi-Fi" op "Wi-Fi Network".
  3. Klik op "Additional Settings for the Wi-Fi Network" en schakel de optie "Different names for the Wi-Fi networks on 2.4 and 5 GHz" uit om voor beide Wi-Fi-netwerken dezelfde namen (SSID) te gebruiken. Alleen zo kan de FRITZ!Box je draadloze netwerkapparaten naar de optimale frequentieband sturen ("band steering").
  4. Klik op "More Information on the Wi-Fi Network" en schakel de optie "Hide name of the Wi-Fi network" uit. Daardoor voorkom je dat sommige draadloze netwerkapparaten geen verbinding met de FRITZ!Box tot stand kunnen brengen en maak je het voor de FRITZ!Box mogelijk je draadloze netwerkapparaten in het Mesh-netwerk optimaal aan te sturen ("Mesh Wi-Fi steering").
  5. Voer in het invoerveld "Name of the Wi-Fi network (SSID)" een individuele naam in. Daardoor voorkom je dat je draadloze netwerkapparaten proberen verbinding te maken met de verkeerde draadloze router die nagenoeg dezelfde naam voor het Wi-Fi-netwerk heeft.
  6. Als je de naam van het Wi-Fi-netwerk van de FRITZ!Box hebt gewijzigd, verwijder dan alle speciale tekens uit de naam van he Wi-Fi-netwerk. Gebruik alleen letters (maar géén ä, ö, ü, ß), cijfers en spaties, omdat sommige draadloze netwerkapparaten niet alle door de FRITZ!Box toegestane speciale tekens ondersteunen.
  7. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan. Als de nieuwe naam van het Wi-Fi-netwerk wordt opgeslagen, worden alle Wi-Fi-verbindingen met de FRITZ!Box verbroken. De Wi-Fi-verbindingen met de FRITZ!Box moeten vervolgens opnieuw worden geconfigureerd.

2 FRITZ!OS en Wi-Fi-software bijwerken

Updates bevatten verbeteringen, herstelde fouten en nieuwe functies. Installeer daarom op alle FRITZ!-producten en draadloze netwerkapparaten de meest recente FRITZ!OS- en softwareversie:

Meest recente FRITZ!OS van de FRITZ!Box installeren

  1. Installeer op de FRITZ!Box het meest recente FRITZ!OS.

Meest recente software van het draadloze netwerkapparaat installeren

  1. Installeer de meest recente softwareversie voor het draadloze netwerkapparaat (bijvoorbeeld Android, iOS) of de meest recente driver voor de draadloze netwerkadapter van de computer (bijvoorbeeld van Intel-downloadcenter).

    Opmerking:Informatie over de update krijg je van de fabrikant van het apparaat; raadpleeg bijvoorbeeld de handleiding.

3 Draadloze netwerkapparaten met 2,4 GHz-Wi-Fi-netwerk verbinden

Sommige Wi-Fi-stopcontacten, robotstofzuigers en andere draadloze netwerkapparaten die via een app worden verbonden, ondersteunen alleen de 2,4 GHz-frequentieband. Om de Wi-Fi-verbinding te kunnen configureren, moet het mobiele apparaat via de app met het 2,4 GHz-Wi-Fi-netwerk van de FRITZ!Box verbonden zijn. Schakel daarom voor de configuratie het 5 GHz-Wi-Fi-netwerk van de FRITZ!Box uit. Daardoor zorg je ervoor dat de app het juiste Wi-Fi-netwerk doorgeeft aan het apparaat.

5 GHz-Wi-Fi-netwerk uitschakelen

  1. Klik in de gebruikersinterface van de FRITZ!Box op "Wi-Fi".
  2. Klik in het menu "Wi-Fi" op "Wi-Fi Channel".
  3. Schakel de optie "Adjust Wi-Fi channel settings"in.
  4. Schakel het Wi-Fi-netwerk uit voor de 5 GHz-frequentieband.
  5. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

Wi-Fi-verbinding met de FRITZ!Box configureren

  1. Configureer de Wi-Fi-verbinding van het draadloze netwerkapparaat met de FRITZ!Box volgens de instructies van de fabrikant.

5 GHz-Wi-Fi-netwerk inschakelen

  1. Klik in de gebruikersinterface van de FRITZ!Box op "Wi-Fi".
  2. Klik in het menu "Wi-Fi" op "Wi-Fi Channel".
  3. Schakel de optie "Adjust Wi-Fi channel settings"in.
  4. Schakel de optie "5-GHz frequency band active" in.
  5. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

4 Wi-Fi-beveiligingsinstellingen van de FRITZ!Box aanpassen

Als het apparaat nog steeds geen verbinding met de FRITZ!Box tot stand kan brengen, ondersteunt het apparaat de door de FRITZ!Box gebruikte beveiligingstechnologieën niet. Om het draadloze netwerkapparaat evengoed te verbinden, moet je beveiligingsinstellingen in de FRITZ!Box aanpassen:

WPA3-transition mode (WPA2 + WPA3) uitschakelen

Door de WPA3-transition mode kunnen tegelijkertijd verbindingen met WPA3- en WPA2-versleuteling tot stand worden gebracht met dezelfde netwerknaam en met dezelfde netwerksleutel. Bij verbindingen met WPA2-versleuteling heeft de WPA3-transition mode echter hogere beveiligingseisen dan gebruikelijk is bij WPA2 (CCMP).

Sommige apparaten kunnen geen Wi-Fi-verbinding tot stand brengen als de WPA3-transition mode is ingeschakeld. Dit is bijvoorbeeld het geval bij iPhones en iPads met iOS ouder dan 12.1.1, oudere draadloze printers, IP-camera's en draadloze stopcontacten:

  1. Klik in de gebruikersinterface van de FRITZ!Box op "Wi-Fi".
  2. Klik in het menu "Wi-Fi" op "Security".
  3. Als bij "WPA Encryption" de WPA-modus "WPA2 + WPA3" is geselecteerd, selecteer je in de vervolgkeuzelijst de WPA-modus "WPA2 (CCMP)".
  4. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

PMF uitschakelen

PMF (Protected Management Frames) versleutelt de aansturingsinformatie voor het tot stand brengen en het gebruik van Wi-Fi-verbindingen en zorgt zo voor meer veiligheid. Bij WPA3-versleuteling is PMF altijd actief en bij WPA2-versleuteling optioneel.

Sommige draadloze netwerkapparaten, bijvoorbeeld oudere draadloze printers, kunnen geen Wi-Fi-verbinding tot stand brengen als PMF is ingeschakeld:

  1. Klik in de gebruikersinterface van de FRITZ!Box op "Wi-Fi".
  2. Klik in het menu "Wi-Fi" op "Security".
  3. Schakel bij "Additional Security Settings" de optie "Enable support for protected registration of wireless LAN devices (PMF)" uit.
  4. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

WPA-compatibiliteitsmodus (WPA + WPA2) uitschakelen

Door de WPA-compatibiliteitsmodus kunnen tegelijkertijd verbindingen met WPA2- en WPA-versleuteling tot stand worden gebracht met dezelfde netwerknaam en met dezelfde netwerksleutel.

Sommige draadloze netwerkapparaten, bijvoorbeeld IP-camera's van D-Link, kunnen geen Wi-Fi-verbinding tot stand brengen als de WPA-compatibiliteitsmodus is ingeschakeld:

  1. Klik in de gebruikersinterface van de FRITZ!Box op "Wi-Fi".
  2. Klik in het menu "Wi-Fi" op "Security".
  3. Als bij "WPA Encryption" de WPA-modus "WPA + WPA2" is geselecteerd, selecteer je de WPA-modus "WPA2 (CCMP)".
  4. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

Wi-Fi 802.11b inschakelen

De Wi-Fi-standaard 802.11b is standaard uitgeschakeld in de FRITZ!Box, omdat de Wi-Fi-snelheid in het 2,4 GHz-Wi-Fi-netwerk wordt gereduceerd als 802.11b is ingeschakeld, zelfs als geen enkel draadloos netwerkapparaat deze standaard gebruikt.

Sommige oudere draadloze netwerkapparaten, bijvoorbeeld Fitbit Aria weegschaal (versie 1), ondersteunen echter uitsluitend 802.11b met WPA-versleuteling:

LET OP!De Wi-Fi-standaard 802.11b kan alleen worden ingeschakeld bij de FRITZ!Box (Mesh Master). De draadloze netwerkapparaten in kwestie moeten daarom rechtstreeks met de FRITZ!Box worden verbonden.

  1. Klik in de gebruikersinterface van de FRITZ!Box op "Wi-Fi".
  2. Klik in het menu "Wi-Fi" op "Wi-Fi Channel".
  3. Schakel de optie "Adjust Wi-Fi channel settings"in.
  4. Selecteer uit de vervolgkeuzelijst "Wi-Fi standard" voor de 2,4 GHz-frequentieband de standaard "Wi-Fi 4 (802.11b+g+n)".
  5. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.
  6. Klik in het menu "Wi-Fi" op "Security".
  7. Selecteer bij "WPA Encryption" de WPA-modus "WPA + WPA2".
  8. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

Verwante problemen: