Aanbevelen:

Knowledge Base

Naar de Knowledge Base

Powerlineverbinding traag

De powerlineverbinding tussen twee of meer FRITZ!Powerline-apparaten wordt tot stand gebracht met een lage doorvoercapaciteit en de Connect-led van het FRITZ!Powerline-apparaat brandt oranje. Door de lage doorvoercapaciteit worden bijvoorbeeld websites erg traag geladen, duurt het lang om bestanden te downloaden en worden videostreams niet goed weergegeven of onderbroken.

Een lage doorvoercapaciteit in een powerlinenetwerk wordt meestal veroorzaakt door storende factoren in het elektriciteitsnet in huis. Hieronder leggen we uit hoe je een hardwaredefect van je FRITZ!Powerline-apparaat kunt uitsluiten en hoe je je powerlinenetwerk kunt optimaliseren.

1 Werking FRITZ!Powerline-apparaten controleren

Controleer of je FRITZ!Powerline-apparaten goed werken in een testomgeving:

Programma "FRITZ!Powerline" downloaden en installeren

  1. Open in een webbrowser https://download.avm.de/fritzpowerline/tools/fritzpowerline/.
  2. Ga naar de map "de" of "en".
  3. Download het programma "FRITZ!Powerline" voor het besturingssysteem van je computer.
  4. Installeer het programma "FRITZ!Powerline" op een computer met een LAN-poort.

FRITZ!Powerline-apparaten voor functietest configureren

  1. Steek twee FRITZ!Powerline-apparaten waartussen de verbinding traag is, naast elkaar in een stekkerdoos.
  2. Koppel alle andere apparaten los van de stekkerdoos.
  3. Verbind één van beide FRITZ!Powerline-apparaten met een netwerkkabel met je router (bijvoorbeeld FRITZ!Box).
  4. Verbind een FRITZ!Powerline-apparaat met een netwerkkabel met de computer waarop het programma "FRITZ!Powerline" is geïnstalleerd.

Doorvoercapaciteit bepalen

  1. Open het programma "FRITZ!Powerline".
  2. Download een bestand van het internet of kopieer een bestand van een ander netwerkapparaat naar de computer met FRITZ!Powerline via de FRITZ!Powerline-apparaten in de stekkerdoos.
  3. Het programma "FRITZ!Powerline" geeft de snelheid tussen beide FRITZ!Powerline-apparaten weer bij het apparaat dat niet is verbonden met de computer. Controleer welke doorvoercapaciteit wordt weergegeven bij "Send" en "Receive".
  4. Herhaal de stappen 1. - 3. voor verdere FRITZ!Powerline-apparaten als de powerlineverbinding tussen die apparaten ook traag is.

Als één van de weergegeven doorvoercapaciteiten ten minste 600 Mbit/s (met MIMO-technologie) of 300 Mbit/s (met diversity-technologie) bedraagt, werken de FRITZ!Powerline-apparaten naar behoren.

Wat is MIMO of Diversity?

Bij de MIMO-technologie (Multiple Input Multiple Output) worden alle drie de draden van het elektriciteitsnet in huis (fase, nul, aarde) gebruikt om het signaal door te geven. Of MIMO al dan niet wordt gebruikt, hangt af van de gesteldheid van het elektriciteitsnet in huis.

Als het gelijktijdig gebruik van beide aderparen (fase/nul, face/neutraal) mogelijk is, wordt MIMO gebruikt. Dit verdubbelt de doorvoercapaciteit in vergelijking met powerlineapparaten die MIMO niet ondersteunen. Met MIMO kan een maximale doorvoercapaciteit van 1200 Mbit/s bruto worden bereikt.

Als het gelijktijdig gebruik van beide aderparen niet mogelijk is, wordt Diversity gebruikt. Hierbij worden automatische de draden gebruikt die de beste overdrachtskwaliteit en een robuuste powerlineverbinding beloven. Met Diversity kan een maximale doorvoercapaciteit van 600 Mbit/s bruto worden bereikt.

MIMO wordt ondersteund door de FRITZ!Powerline-modellen 1000E, 1220E, 1200, 1240E 1260E en 1260.

2 Interferentiefactoren in het elektriciteitsnet minimaliseren

Als de powerlineverbinding wordt beïnvloed door interferentiefactoren, houd dan rekening met de volgende aanwijzingen om interferentiefactoren tot een minimum te beperken:

  1. Gebruik FRITZ!Powerline-apparaten rechtstreeks in een wandstopcontact en niet met andere apparaten in een stekkerdoos, met een verlengsnoer of achter een overspanningsbeveiliging.
  2. Schakel andere apparaten bij wijze van test uit of koppel deze tijdelijk los van de stroomvoorziening om mogelijke interferentiebronnen op te sporen en vervolgens te minimaliseren.

    Mogelijke interferentiebronnen zijn bijvoorbeeld schakelende voedingen, dimmers, halogeensystemen, energiespaarlampen, lopende elektromotoren (bijvoorbeeld van de koelkast, keukenmachine, wasdroger, wasmachine, stofzuiger of boormachine).

  3. Test verschillende wandstopcontacten en verklein de afstand tussen de FRITZ!Powerline-apparaten.
  4. Vermijd powerlineverbindingen via verschillende stroomgroepen, zekeringskasten en aardlekschakelaars.
  5. VDSL-signalen kunnen interferentie veroorzaken op elektriciteitsleidingen. Houd er rekening mee dat kabels met een VDSL-signaal ten minste op 10 cm. afstand van elektriciteitsleidingen en stopcontacten worden gelegd.

Als de snelheid van de powerlineverbinding met deze stappen niet voldoende kan worden verbeterd, is de oorzaak te wijten aan het elektriciteitsnet in huis en kan niet verder worden beïnvloed door de FRITZ!Powerline-apparaten.